Het verschil tussen arbeiders en bedienden
Welke verschillen?
Beide statuten verschillen op 7 punten. Maar we beperken ons tot een concreet voorbeeld: dat van de opzeggingstermijn. Voor arbeiders is die erg ongunstig. Voor een arbeider met een anciënniteit van minder dan 6 maanden, bedraagt de opzeggingstermijn slechts 28 dagen. Als de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 75 wordt toegepast, stijgt die termijn tot 112 dagen voor meer dan 20 jaar anciënniteit. Maar als er geen enkele bijzondere voorwaarde voorzien is of als de onderneming onder geen enkel paritair comité valt, dan kan een arbeider met 20 jaar anciënniteit slechts aanspraak maken op een opzeggingstermijn van 56 dagen. Dat wil dus zeggen dat hij recht heeft op anderhalve maand loon.
In diezelfde onderneming is een bediende met 20 jaar anciënniteit sterk bevoordeeld ten opzichte van zijn collega-arbeider. De bediende heeft recht op een opzeggingstermijn van minstens 20 maanden. Afhankelijk van zijn loon kan die termijn zelfs nog oplopen. "Als zijn totale jaarlijkse brutoloon lager ligt dan 30.327 euro, heeft de bediende recht op een opzeggingstermijn van 3 maanden per begonnen schijf van 5 jaar anciënniteit. Boven dat bedrag moet de opzeggingstermijn onderling overeengekomen worden tussen de werkgever en de werknemer. Vanaf 60.654 euro kan de opzeggingstermijn bij de indiensttreding overeengekomen worden. En dat is slechts het wettelijke minimum", preciseert BBTK. "Arbeiders moeten dus beter beschermd worden. Ze moeten aanspraak kunnen maken op dezelfde minimale opzeggingstermijnen als bedienden, namelijk 3 maanden per schijf van 5 jaar anciënniteit", zegt Rudy De Leeuw, voorzitter van BBTK.
|
Verschillen |
Bedienden |
Arbeiders |
|---|---|---|
|
Opzeggingstermijn |
3 maanden per schijf van 5 jaar anciënniteit. En een bijkomende termijn vanaf een jaarlijks brutoloon van 27.598 euro. |
Veel kortere termijnen (zie hoger). |
|
Tijdelijke werkloosheid |
Enkel in geval van overmacht (met voorafgaande goedkeuring van de RVA) |
Mogelijk om economische redenen en in geval van een technisch ongeval of weersomstandigheden. |
|
Carensdag |
Enkel van toepassing tijdens de proefperiode of bij een overeenkomst van bepaalde duur van minder dan 3 maanden. |
Bij ziekte krijgt een arbeider de eerste afwezigheidsdag niet uitbetaald. Van toepassing bij elk ziekteverlof van minder dan 14 dagen. |
|
Uitbetaling van het loon |
Maandelijks |
Meestal om de 15 dagen. |
|
Vakantiegeld |
Berekend op basis van het loon van de maand waarin de vakantie wordt opgenomen. |
Berekend op basis van het volledige loon (inclusief premies) dat het jaar voordien ontvangen werd. |
|
Gewaarborgd loon bij arbeidsongeschiktheid |
Eerste maand ten laste van de werkgever |
7 eerste dagen ten laste van de werkgever |
|
Proeftijd |
1 tot 12 maanden |
7 tot 14 dagen |
Bron: BBTK



